Welkom
Campings
Twinkel Club
Aartjes Pagina
Contact
 

Twinkeltrapijzer

Twinkeltrapijzer

Op een dag werd Aartje 's morgens wakker en had hij zin om iets lekker actiefs te gaan doen. Hij wist alleen niet zo goed wat. Eerst maar eens even zichzelf wassen in het vennetje. Daar wordt Aartje namelijk altijd erg wakker van en dan kun je beter iets verzinnen. Hij deed snel zijn kleren aan en liep door het bos naar het vennetje. Terwijl hij naar het vennetje liep zag hij echter overal om zich heen troepjes liggen: papiertjes, blikjes, plastic zakjes en wat al niet meer. Bah dacht Aartje, wat vies en lelijk. Hij pakte een plastic zak die in de bosjes lag en begon allemaal rotzooi op te rapen en in de zak te doen. Heel de weg tot aan het vennetje raapte hij alle troepjes op, totdat zijn hele zak vol was. Bij het vennetje aangekomen zag Isa hem en vroeg wat hij aan het doen was. Aartje vertelde over de rotzooi en trok ondertussen zijn kleren uit en waste zich in het water. Hij ging helemaal kopje onder en toen hij weer bovenkwam had hij een idee. Hij riep Isa die bij hem op de schouder kwam zitten en zei tegen haar dat ze alle dieren uit het bos bijeen moest roepen, zodat ze met zijn allen een leuk spel konden spelen. Isa had wel zin in een spelletje en ging meteen op pad. Een half uur later waren alle dieren uit het bos bij het vennetje en vertelde Aartje over zijn idee: Het Grote Bos Opruimspel!

Alle dieren moesten zoveel mogelijk dingen verzamelen die niet in het bos thuishoorden. Aartje haalde als voorbeeld de plastic zak met troepjes tevoorschijn en liet die aan alle dieren zien. Alles wat de dieren verzamelden moesten ze dan hier naar het vennetje brengen en degene die het meeste verzameld had was de winnaar. Als start en eindsignaal zou Aartje zijn toeter laten horen: drie, twee, één, TOET en daar renden, huppelden en vlogen alle dieren weg. Aartje zelf ging ook meedoen. Aangezien hij toch al nat was besloot Aartje om in het vennetje te gaan zoeken, met behulp van Isa en een paar kikkers. Zij doken onder om te zoeken en Aartje ging het dan steeds opduiken. Zo verzamelden zij verroeste colablikjes, stukken plastic, een paar schroeven, een vieze zwembroek en… een heuse fiets! Het koste wat moeite om die fiets uit het water te halen, maar uiteindelijk lukte het. Op de kant was het ook een komen en gaan van dieren met allerlei rotzooi. De waterkant leek wel een grote vuilnisbelt met alles wat ze ophaalden. Maar toen Aartje met de fiets uit het water tevoorschijn kwam, stond iedereen met open mond, bek of snavel toe te kijken. Wat was dat nou? Hoe kwam dat hier terecht? Aartje zei: dit is een Twinkeltrapijzer, een milieuvriendelijke vervoermiddel. Hij is nu nog kapot ik ga hem zelf opknappen. Aartje waste hem schoon, droogde hem af met een lap die Kriko had gevonden en zag dat hij er nog steeds vies uitzag. Alle verf was er van af. Hij keek tussen de bergen met rotzooi en zag een spuitbus met verf liggen die nog helemaal vol was. Daarmee spoot Aartje zijn fiets helemaal geel. Vervolgens hielp iedereen mee de verf droogblazen of met de vleugels droog wapperen, totdat het Twinkeltrapijzer helemaal klaar was voor gebruik. Aartje stapte op, zette zich af en slingerde klungelig een paar meter vooruit. Alle dieren die toekeken gingen snel aan de kant en moesten erg om Aartjes capriolen lachen. Met veel gegil, vallen en opstaan ging het steeds beter, totdat Aartje het fietsen onder de knie had.

Daarna zijn ze met z'n allen alle rotzooi in zakken en doeken gaan doen, hebben ze alles aan het Twinkeltrapijzer gehangen en is Aartje naar de rand van het bos gefietst om alles in een prullenbak te gooien. De dieren begeleidden hem en moesten heel erg klappen toen de laatste zak de prullenbak in ging. "Zo, nu hebben we weer een schoon bos", zei Aartje, "en een mooi Twinkeltrapijzer. Bedankt!"

Twinkelogen

's Nachts reed Aartje eens na een bezoekje aan Diederik Das door het donkere bos terug naar zijn holle boom. Overdag had hij dat al zo vaak gedaan, maar deze keer was het bezoek wat uitgelopen. Diederik en hij hadden zo lekker zitten kletsen dat ze de tijd vergeten waren en dat het al donker was toen ze uitgepraat waren. Aartje moest nu dus in het donker naar huis fietsen. Op zich wel spannend hoor, maar helemaal niet eng. Echt niet. Nee, echt niet! Geen probleem… Een beetje stoer zwaaide hij zijn been over het zadel van zijn Twinkeltrapijzer, zette zich af met zijn andere been en daar ging hij dan. In het begin ging het nog wel, maar hoe verder hij het bos in reed, hoe donkerder het werd. En toen verdween de maan ook nog eens achter de wolken. Zoekend en turend, voorover hangend over het stuur fietste Aartje voorzichtig tussen de bomen door. Waren zijn vuurvliegvrienden nog maar wakker, dan konden die hem een beetje bij schijnen, want het was wel erg donker. En erg stil ook.

Plotsklaps hoorde hij echter geritsel achter zich. Geschrokken keek Aartje achterom, waardoor hij niet oplette waar hij fietste, tegen een uitstekende boomwortel aanreed, met een boog over zijn stuur heen vloog en met een smak op de grond viel. Versuft bleef hij even zitten, schudde zijn hoofd wakker en voelde of hij al zijn armen en benen nog had. Toen dacht hij echter weer aan het geritsel, ging met een schok recht op zitten en luisterde aandachtig of hij het nog hoorde. Stilte. Maar dan klonk er opeens een heel hard OE-HOE vlak bij zijn oor. Aartje schrok zich een apekool, keek opzij en zag twee grote ogen die hem vanuit het donker aankeken. Het was vriend uil, die hard moest lachen om Aartjes capriolen. Pfoe, wel even schrikken hoor. Maar nu ging het wel weer. Aartje vroeg aan vriend uil hoe het kwam dat hij wel zo goed kon zien in het donker en Aartje niet. "Nou," zei de uil, "dat komt omdat ik hele grote ogen heb. Maar ik wil je wel even helpen met thuiskomen. Fiets maar achter me aan. Dan kijk ik wel goed of er geen boomstronken en struiken op de grond liggen waar je over kunt struikelen." Aartje maakte dankbaar gebruik van het aanbod en fietste achter zijn vriend aan, totdat hij thuis was bij zijn holle boom. Daar bedankte hij de uil, die lekker in een hoge boom ging zitten slapen terwijl Aartje in zijn eigen bedje kroop.

De volgende ochtend stond Aartje op en deed zijn arm nog wat pijn van de val met zijn fiets. Hij ging zich wassen, zocht wat lekkers te eten en bedacht toen dat er een manier moet zijn om te voorkomen dat zoiets nog een keer gebeurt. Hij dacht en dacht en toen wist hij het. Hij moest grote ogen hebben. Dat had vriend uil immers gezegd. Grote ogen voor op zijn fiets. Twinkelogen!

Vandaar dat hij snel op zijn Twinkeltrapijzer stapte en naar de camping reed. Daar vertelde hij het hele voorval van die nacht aan de campingbaas en vroeg of hij in de werkplaats twee grote ogen mocht maken. Natuurlijk vond de campingbaas dat goed en hij wilde Aartje zelfs wel even helpen! Het was dan ook zo gebeurd: twee prachtig grote Twinkelogen op zijn Twinkeltrapijzer. Aartje bedankte de campingbaas en fietste toen snel langs vriend uil om ook hem te bedanken voor zijn goede idee over grote ogen, zodat hij niet nog eens in het donker zal vallen.

 
Nieuws
Heerlijk, zacht, romig en zoet Twinkel Bolletje!

KKW camping Beringerzand 40 JAAR !!!

Nu verkrijgbaar: Twinkel Avonturen Boek

Meer nieuws >
Evenementen
18-10-2010
Twinkelshow DVD opnames


22-10-2010
Aartje Twinkel op beurs


Ga naar de Webwinkel
Download Funkrant
Aanmelden Twinkelmail
Aanmelden Animatie
Deelnemersdeel
Aanmelden Camping
Animatiedeel Login
Volg de Kinderkampeerwereld op Twitter
Word vrienden met Kinderkampeerwereld op Hyves
Bekijk video's van de Kinderkampeerwereld op YouTube